In een column van Annemarie van Gaal van maandag 22 november jl. in de Telegraaf las ik dat banken meer moeten doen tegen witwassen en oplichters. Dat klinkt misschien wel logisch, maar de harde praktijk heeft intussen uitgewezen dat dit niet eenvoudig is. Het bankwezen is daar in het verleden niet voor opgezet.

Bottom line is dat banken in het verleden zijn opgezet om geld te verdienen met in- en verkoop van geld, wit of zwart, maar zonder de functie om de herkomst van het geld te achterhalen, m.a.w. is het netjes verdiend uit loondienst, of zijn het zakelijke inkomsten en is alles belast via de fiscus? Het geld heeft helaas geen wit of zwart oormerk, dus moet je het bij de persoon of personen achter het geld zoeken. Dat is lastig want aan de neus van een individu kun je niet zien of deze te goeder of kwader trouw is. Daar is dus een flinke kink in de kabel gekomen.  

Begin vorige eeuw was er nauwelijks zwart geld (of zat in een sok of privékluis), wel gestolen geld wellicht, maar dat was het dan ook. Afgelopen eeuw is de grens tussen zwart en wit geld steeds scherper gesteld door de overheden en de fiscus. Dit kwam mede door het verschijnsel “witwassen” van drugsgelden. Dit nam steeds grotere vormen aan en de roep om er iets aan te doen werd steeds groter. De banken werden onderdeel van de oplossing.

Helaas zijn alle bestaande grote computersystemen van de banken daar niet op voorbereid. Het geld werd binnen de bank en het betalingsverkeer gevolgd, maar niet daarbuiten, bij de mensen die het geld brengen of halen, dat proces vormt geen onderdeel van de banken en wordt dus niet  niet gemonitord. Nu echter wordt gevraagd dit wel te doen.

Ik heb al eens eerder voorgesteld dat de overheid, de fiscus of Centrale Bank de controle op witwassen over zou moeten nemen. Het is een controle op criminaliteit, het overtreden van de wet,  dat ligt bij de overheid. We laten de winkeliers bij aankopen toch ook niet controleren op criminaliteit, dat zou de bank best kunnen vragen. Wordt wel ingewikkeld, maar wel een uitdaging om op dat punt iets te doen. Bijvoorbeeld het weigeren van cash geld boven de € 25,- en/of de naam van de persoon noteren. Toch eerst maar even op de rekening storten, ook al is het eerlijk verdiend. Als dan later blijkt dat een persoon aankopen heeft gedaan met zwart geld, dan krijgt de winkelier een boete. Zo zijn er nog wel een paar dingen te bedenken, zegt Tom Poes.

Maar goed, ik kan mij voorstellen dat banken een bijdrage leveren tegen oplichting en witwassen. We moeten die twee wel even los van elkaar zien, want het zijn verschillende manieren van oplichting. Zwart geld storten op een rekening door iemand is witwassen, maar die iemand kan ook een “ezel” zijn, een hulpje die zijn rekening als tijdelijke opslag laat gebruiken om andermans geld te dragen, vervolgens wordt het geld “weg“ geboekt naar de rekening van de crimineel (meestal) of weer naar zijn opdrachtgever, etc. Het is voor een bank lastig om dit spoor in de eerste plaats al te constateren en in de tweede plaats te kunnen analyseren en volgen…

Het is dus een keten van meerdere overboekingen, tussen rekeningen, binnen Nederland of ook naar het buitenland. Alle tussenstappen moeten geanalyseerd worden, van wie is die rekening, kennen we die persoon/het bedrijf, is er een verbinding een ander persoon/bedrijf, die mogelijk bekend staat als verdacht of crimineel. De banksystemen van nu herkennen een proces van witwassen nog maar beperkt op geautomatiseerde wijze via algoritmes, dus handjes nodig. Het is dan ook niet vreemd dat banken hier duizenden mensen voor in dienst moesten nemen, gedwongen door de overheid, de belastingdienst en de centrale bank, die deze taak als voorportaal bij de banken hebben neergelegd. En zoals we weten, algoritmes zijn niet waterdicht, ook al zijn ze zelflerend.

Als de banken voor zeg maar 99,9%  het witwassen moeten detecteren en doorgeven aan de wetgevers, dan moeten vrijwel alle geldstortingen en transacties boven een bepaald bedrag gecheckt worden voordat een financiële handeling uitgevoerd mag worden, waarbij de mutaties op de rekening verwerkt worden.  Dit kost tijd en levert dus vertraging op. Ook hiervoor zal Tom Poes een list moeten verzinnen.

Hetzelfde gaat op voor list en bedrog. Als er door diefstal van gegevens en/of bankpasje geld van je rekening wordt gehaald of door een “vertrouwelijke” opdracht van een “bankmedewerker” verzocht wordt om je pasje in te leveren of geld over te maken ter veiligstelling van je spaargeld, dan is het lastig dit direct aan een transactie te kunnen zien.

Om deze transacties te voorkomen moeten er verschillende barrières in de software van de bank opgenomen worden. Ook dit heeft onvermijdelijk weer als gevolg dat de factor tijd een vertragende rol speelt, maar lijkt acceptabel.  Ook daar zijn mogelijkheden, zegt Tom Poes.

Maar ja, beter een dag later geregeld dan een dag eerder je geld kwijt, dat kan weer vervelend zijn als je nu geld wilt opnemen…

Het is duidelijk dat alles wat wij verzinnen ook tegen je gebruikt kan worden en het is voor de bedenkers van leuke dingen voor de klant een vervelende maar noodzakelijke bijkomstigheid om ook vooral na te denken over fraude en hoe criminelen op afstand gehouden kunnen worden.

Voorkomen is beter dan genezen, zegt Tom Poes, maar voorlopig lijkt het soms meer op dweilen met de kraan open, maar alles is beter dan nietsdoen, want nietsdoen is geen optie.

Wilt u eens met Tom Poes praten, laat het dan gerust even weten.

n de strijd tegen witwassen en oplichters